In 2009 werd op 4,3 duizend hectare leliebollen geteeld. In Noord-Holland groeide 21 procent van deze lelies. In 1980 was dit aandeel nog 87 procent. Hiermee heeft de provincie Noord-Holland de dominante rol in de teelt van leliebollen verloren. Dat blijkt uit cijfers van het CBS.
In de negentiger jaren begon de lelieteelt zich verder te verspreiden over de provincies buiten Noord-Holland. Inmiddels is Drenthe goed voor 17 procent van de lelieteelt. Verder hebben Limburg en Overijssel elk een aandeel van 15 procent. In Flevoland, Noord-Brabant en Friesland is het aandeel lelieteelt respectievelijk 11 procent, 9 procent en 6 procent.
Lelie op tweede plaats, na de tulp In 2009 werd er in Nederland op bijna 4,3 duizend hectare leliebollen geteeld. Hiermee staat de lelie qua oppervlakte bloembollenteelt op de tweede plaats na de tulp (11,7 duizend hectare) en voor de narcis (1,9 duizend hectare). Tussen 1980 en 2000 is het areaal lelies met bijna een factor vijf toegenomen. Daarna verloopt het areaal grillig. Van 2008 op 2009 is het areaal lelies met 14 procent gekrompen tot 4,3 duizend hectare. De grootste krimp was te vinden in Noord-Holland met een afname van 204 hectare (-19 procent). Ook in Drenthe verminderde het lelieareaal met 144 hectare fors (-17 procent). Een kleine groei was er in Overijssel met 23 hectare (+4 procent) en Groningen met 6 hectare (+18 procent).
Vanaf 1990 in het hele land In 1980 werden de meeste lelies in de Kop van Noord-Holland geteeld. In dat gebied lag toen 77 procent van het totale areaal (817 hectare). De verspreiding van de lelieteelt over Nederland veranderde het meest in de jaren negentig. Daarna traden er geen grote veranderingen meer op. In 2009 lag nog maar 20 procent van het totale areaal lelies in de Kop van Noord-Holland. Alleen in de provincies Utrecht en Zeeland is nauwelijks of geen lelieteelt te vinden. Veel lelieteelt is te vinden op de zandgronden van de oostelijke en zuidelijke provincies.
|