Een verlaging van het btw-tarief van negentien naar zes procent op hoveniersdiensten aan particulieren, kan ruim drieduizend nieuwe banen opleveren. Dat blijkt uit een studie van het Landbouw Economisch Instituut (LEI), die in opdracht van Branchevereniging VHG is uitgevoerd.
Naast de extra banen, die in deze tijd van economische recessie een welkome bijdrage aan de werkgelegenheid in het land zijn, kan de omzet van de hoveniersbedrijven met zo’n zestien procent stijgen naar in totaal 935 miljoen euro. De VHG beschouwt deze effecten als aanzienlijk potentieel voor de branche en opent hiermee de lobby om een daadwerkelijke verlaging van het btw-tarief te realiseren.
De VHG realiseert zich dat succes op voorhand niet verzekerd is. De hoveniersdiensten staan namelijk niet expliciet vermeld in de Europese Richtlijn op basis waarvan nationale overheden lagere btw-tarieven aan arbeidsintensieve particuliere diensten kunnen toekennen. De VHG ontwikkelt daarom zowel nationaal als Europees lobbyactiviteiten.
De wens tot verlaging van het btw-tarief op hoveniersdiensten staat al enige jaren op het verlanglijstje van de branche. In 2006 werd door de Europese Commissie besloten tot een proef met een lager tarief. Daarbij werden een aantal specifieke sectoren aangewezen, waaronder fietsenmakers, kappers, schoenlappers en schilders. Na een evaluatie besloot de EC in 2009 de proef voor deze sectoren om te zetten in een definitieve regeling. Ook schoonmaak, glazenwassen en onderhoud en renovatie aan particuliere woningen vallen sindsdien onder de regeling.
Juist omdat onderhoud in en aan huis onder de regeling valt, is het verdedigbaar dat ook het onderhoud rondom het huis (lees: de tuin) onder de regeling valt. Helaas heeft de Europese Commissie daar vanwege problemen rondom een uniforme toepassing in de Europese lidstaten vorig jaar niet toe besloten. Ondanks aandringen vanuit onder andere de Nederlandse werkgeverskoepel VNO-NCW die een algemene verruiming van de btw-regeling bepleitte. Dat maakt dat de Nederlandse overheid het btw-tarief op hoveniersdiensten, die op zichzelf wel aan de gestelde criteria lijken te voldoen, niet eigenhandig kan verlagen.
VHG gaat de studie van het Landbouw Economisch Instituut (LEI) gebruiken om binnen de Nederlandse politiek aandacht te vragen voor de positieve effecten van de tariefsverlaging en steun te vinden voor de lobby in Brussel. Daarbij wordt nauw samengewerkt met de Europese koepelorganisatie ELCA (European Landscaping Contractors Association), waarvan de VHG lid is. De studie van het LEI werd mede mogelijk gemaakt door een financiële bijdrage vanuit het Productschap Tuinbouw.
|