Binnen 10 jaar worden op 150.000 hectare landbouwgrond de gevolgen van verzilting ondervonden. Dat stelt Willem Brandenburg, die binnen Plant Research International van Wageningen UR onderzoek doet naar zilte teelten. De zeespiegel stijgt en de bodem daalt waardoor het zoute water verder landinwaarts weet te dringen. Het proces wordt versneld als een heipaal door een ondoordringbare leemlaag dringt of door het zandbed onder een nieuwe weg. Zo'n laag zuigt het zoute water uit de ondergrond omhoog. Verzilting wordt met name een probleem in de zuidwestelijke Delta, maar ook in het Groene Hart en de Wieringermeer. Ook in Noord-Nederland speelt het, waar het proces nog wordt versneld door de bodemdaling als gevolg van zoutwinning. Brandenburg verwacht dat het steeds moeilijker gaat worden om polders van zoet water te blijven voorzien. Er zal steeds meer water nodig zijn om het zout in de ondergrond tegen te houden. Hij pleit voor een minder scherpe scheiding tussen zout en zoet en meer dynamiek in het systeem met overgangsgebieden van zout naar zoet. Dat vraagt om nieuwe teelten en om het aanpassen van bestaande gewassen.
Met name voor de teelt van bol- en knolgewassen, zoals aardappelen en uien en voor de teelt van bomen en heesters is verzilting een groot probleem. Grasland is redelijk bestand tegen zout. Voor bieten en granen blijven er ook wel mogelijkheden, denkt Brandenburg. Verder wijzen proeven uit dat kruisbloemige gewassen zoals koolzaad en raapzaad vrij goed geteeld kunnen worden op zoute grond. Voor aardappelen bestaat wellicht de mogelijkheid om zouttolerantie in te kruisen. Verder kunnen er zilte groenten worden geteeld zoals zeekool, lamsoor of zeekraal. Een andere optie voor zilte gebieden is een extensievere vorm van landbouw, waarbij veehouderij bijvoorbeeld met natuurbeheer en recreatie wordt gecombineerd. Bron: AgriHolland
|